Canon van NederlandDe geschiedenis van Nederland

  1. Prehistorie

    Zandkleurig aardewerk als potten, flessen en bekers van de trechterbekercultuur. De prehistorie begon met een lange periode vóór er mensen waren. Het was de tijd van de ontwikkeling van leven op aarde, van dinosaurussen en mammoeten. De aarde ontstond zo'n 4,56 miljard jaar geleden, en leven op aarde ontstond grofweg 4 miljard jaar geleden. De moderne mens ontstond pas zo'n 315 000 jaar geleden en "slechts" enkele tienduizenden jaren geleden arriveerden de eerste mensen in wat nu Nederland is. Het waren jager-verzamelaars die zich later ontwikkelde tot de eerste boeren.

  2. ca. 3000 v.Chr.

    Hunebedden

    Hunebed. Bouwwerk van twee evenwijdige rijen enorme zwerfkeien, afgedekt met eveneens enorme zwerfkeien. Zogenaamde hunebedden zijn overblijfselen van indrukwekkende graven uit de steentijd. Hunebedden zijn gebouwd van grote zwerfkeien. Hunebedden zijn in Nederland te vinden in de provincies Drenthe en Groningen. Ook elders in Nederland zijn prehistorische graven, maar dan in de vorm van grafheuvels en urnenvelden, in het landschap te vinden.

  3. ca. 3000 v.Chr.

    Oudheid

    Het Parthenon in Athene. Een gebouw uit de oudheid met een rechthoekig patroon van zuilen. Ongeveer 3000 v.Chr. ontstonden in Egypte en het Oude Nabije Oosten beschavingen die van grote invloed zijn geweest op de ontwikkeling van de Europese cultuur. De periode van deze beschavingen wordt ook wel de oudheid genoemd. De periode van de Griekse en Romeinse beschavingen wordt vaak specifieker aangeduid als de klassieke oudheid.

    Van ongeveer 55 v.Chr. tot in de vierde eeuw na Christus behoorde het zuiden van Nederland tot het Romeinse rijk. Boven de rivieren was het gebied van de "barbaren", oftewel "de onbeschaafden", zoals de Romeinen de Germanen zagen. Langs de Rijn kwam de met forten versterkte noordgrens van het Romeinse rijk te liggen, de limes. Vanaf de derde eeuw verzwakte het Romeinse rijk en staken steeds meer Germanen vanuit het noorden de limes over.

  4. Nul

    Het jaar nul

    Het jaar nul heeft eigenlijk nooit bestaan; men begon te tellen bij 1. Het "jaar nul" wordt gebruikt als aanduiding van het nulpunt van de jaartelling (de jaarwisseling van 1 v.Chr. naar 1 n.Chr.). Een jaartal vroeger dan "nul" wordt wel aangeduid als een negatief jaartal of met "voor Christus" (v.C. of v.Chr.) achter het jaartal, en een jaartal "na nul" met de toevoeging "na Christus" (n.C. of n.Chr.).

  5. 47–ca. 400

    De Romeinse limes

    Tekening van een Romeinse soldaat. In wat nu Nederland is leefde tot rond 55 v.Chr. ten zuiden van de grote rivieren waarschijnlijk Keltische stammen en ten noorden van de grote rivieren waarschijnlijk voornamelijk Germaanse stammen. Vanuit Italië breidde het Romeinse rijk zich uit over grote delen van Europa. De Kelten werden door de Romeinen verdreven of onderworpen, maar de Germanen in het Noorden boden succesvol weerstand. De noordgrens van het reusachtige Romeinse rijk kwam langs de rivier de Rijn te liggen. Deze grens, of in het Latijn "limes", werd versterkt door op regelmatige afstand van elkaar wachtposten en legerkampen te bouwen.

    In het gebied tussen de grote rivieren leefde de vermoedelijk Germaanse stam de Bataven die zich aansloten bij het Romeinse rijk. De hoofdstad van het gebied werd Oppidum Batavorum, het huidige Nijmegen. Deze Romeins-Bataafse stad groeide uit tot een belangrijk economisch en bestuurlijk centrum. Nijmegen is daarmee de eerste en oudste stad van Nederland. In 69 n.Chr. kwamen de Bataven tegen de Romeinen in opstand. Deze Bataafse Opstand werd uiteindelijk door de Romeinen neergeslagen.

    Vanaf de derde eeuw werd het Romeinse rijk verzwakt door interne oorlogen en twisten en begon het aantal Germaanse aanvallen op de noordelijke limes flink toe te nemen. Uiteindelijk trokken in de vierde eeuw Franken vanuit het noorden de Rijn over en drongen de Romeinen ver terug naar het zuiden.

  6. ca. 500

    Vroege middeleeuwen

    Germaanse strijdhelm. In de vierde en vijfde eeuw verdreven de Germanen de Romeinen steeds verder naar het zuiden. Het was een tijd van grote volksverhuizingen. In het zuiden bevonden zich vooral de Franken, in het noorden van Nederland bestond de bevolking voornamelijk uit Friezen en Saksen. De Romeinen hadden het christendom naar Nederland gebracht, maar met het verdrijven van de Romeinen maakte deze religie plaats voor Germaanse goden als Wodan en Donar.

    De rust keerde weer enigszins terug in Europa toen de Germaanse koning Karel de Grote rond 800 een groot rijk vormde, waarin uiteindelijk ook het gebied dat nu Nederland is werd opgenomen. Onder Karel de Grote werd ook het christendom verder over Europa verspreid.

    De Britse eilanden en het noorden van Europa, het huidige Scandinavië, werden echter niet door Karel de Grote veroverd. Het noorden van Europa werd in die tijd bewoond door Germaanse Vikingen die regelmatig op rooftocht gingen en Europa, waaronder het huidige Nederland, teisterden met invallen en plunderingen.

  7. 658–739

    Willibrord

    Willibrord. Schilderij van een oude man in bisschopsgewaad met aan weerszijde twee gezellen. Willibrord was een Engelse priester die in 690 naar Friesland trok om daar de Friezen te bekeren tot het christendom. Friesland strekte zich destijds uit langs een brede kustrook van Zeeland tot in het huidige Friesland. Willibrord trok met een aantal gezellen door een groot deel van wat nu Nederland en België is. Hij slaagde erin om een deel van de Friezen te bekeren, maar velen hielden vast aan hun heidense goden en gebruiken.

  8. 742–814

    Karel de Grote

    Bronzen beeldje van Keizer Karel op een paard. De Frankische koning Karel de Grote veroverde in de achtste eeuw een groot deel van Europa. In 800 werd Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond. Karel de Grote liet overal in zijn rijk paltsen, oftewel paleizen, bouwen waar hij om beurten verbleef om lokaal zaken te kunnen regelen. Ook in Nijmegen had hij waarschijnlijk een palts, de Valkhof. Keizer Karel kerstende heidense stammen in zijn rijk, vaak met geweld, en gaf vorm aan een gemeenschappelijke Europese cultuur.

  9. ca. 1000

    Hoge en late middeleeuwen

    Foto van het poortgebouw van kasteel Doornenburg. In de hoge middeleeuwen kwam er meer rust en stabiliteit in Europa. De kerstening was volledig tot het noorden van Europa uitgebreid. De economie, handel, welvaart en bevolking groeide weer. Cultuur en wetenschap beleefden een heropleving. Uit kerkelijke scholen voor priesters ontstonden meer algemene scholen en de eerste universiteiten, toegankelijk voor een breder publiek als edellieden en koopmanszonen.

    De Kerk verwierf een belangrijke positie. De paus en bisschoppen kregen grote politieke macht en heerschappij over land en bezit. De Kerk organiseerde diverse kruistochten naar het Heilige Land om voor christenen belangrijke plekken, als de stad Jeruzalem, op de moslims te heroveren.

    Al het land was verdeeld in landsheerlijkheden. Dit waren gebieden in het bezit van een landsheer. De landsheer of vorst was een geestelijke als een abt of bisschop, of een edelman als een graaf of een hertog. Deze heren lieten versterkte kastelen en burchten bouwen om veilig in te kunnen wonen. De onderdanen van de landsheer waren horigen en lijfeigenen die het land bewerkten en vaak verplicht waren mee te vechten in de vele oorlogen die de landsheren voerden om hun gebied uit te breiden. Na verloop van tijd groeide een aantal landsheerlijkheden uit tot grote, praktisch onafhankelijke vorstendommen. Belangrijke vorstendommen waren onder andere het hertogdom Brabant, het hertogdom Gelre, het Sticht Utrecht en het graafschap Holland.

    Bestaande steden groeide flink en nieuwe steden werden gesticht. Steden in de Lage Landen werden belangrijke kernen van handel en ambacht. Ambachtslieden verenigde zich in gilden, die veel macht en invloed kregen in het bestuur van de stad. Steden werden militair versterkt met muren, grachten en poortgebouwen, en sloten onderlinge samenwerkingsverbanden als de Hanze. Het toegenomen belang en de invloed van de steden zorgde regelmatig voor opstanden tegen de machtspositie van de vorsten. Steden wilden meer onafhankelijkheid. De macht van graven en hertogen nam uiteindelijk af en werd meer versplinterd.

  10. ca. 1100

    Hebban olla vogala

    Stuk van de geschreven tekst. Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu wat unbidan we nu, oftewel: "Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij; wat wachten we nu?".

    Dit is een zin van een versje dat een Vlaamse monnik zo'n duizend jaar geleden neerschreef op een kladblaadje, waarschijnlijk om zijn nieuw aangescherpte ganzenveer uit te proberen. Het is een zeldzaam eeuwenoud voorbeeld van een tekst in een voorloper van de Nederlandse taal. Tekstschrijven was in de middeleeuwen vooral een aangelegenheid van monniken die vooral kerkelijke teksten schreven in het Latijn. Al met al een bijzonder bewaard gebleven stukje tekst dus.

  11. 1254–1296

    Floris de Vijfde

    Foto van de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. Het Binnenhof met de markante Ridderzaal in Den Haag is vandaag de dag het centrum van de Nederlandse politiek. Het Binnenhof stamt uit de dertiende eeuw en is gebouwd als kasteel voor de graaf van Holland. Graaf Floris V had het kasteel geërfd van zijn vader, die het liet bouwen.

    Floris V werd op tweejarige leeftijd graaf van Holland en Zeeland nadat zijn vader was gesneuveld in een oorlog tegen de West-Friezen. Zijn oom nam voor hem waar. Op 14-jarige leeftijd trad hij in het huwelijk en eenmaal aan de macht wist hij het graafschap aanzienlijk te vergroten. Hij veroverde West-Friesland en een groot deel van de huidige grenzen van Noord- en Zuid-Holland is toen vastgesteld. Ook Amsterdam werd onder Floris V Hollands, al was Amsterdam toen nog niet veel meer dan een vissersdorp aan de Amstel.

    Uiteindelijk werd Floris V slachtoffer van een complot tegen hem toen een aantal ondergeschikte edellieden hem gevangen namen en opsloten in het door Floris V gebouwde Muiderslot. Toen de bevolking, waar Floris erg populair was, Floris probeerde te bevrijden vluchtten de edellieden met hun gevangene en vermoordden ze Floris tijdens hun vlucht met hun zwaard.

  12. 1356–
    ca. 1450

    De Hanze

    Tekening van een Kogge, een middeleeuws handelsschip. De Hanze was in de middeleeuwen een machtig netwerk van handelssteden. Aanvankelijk bestond het samenwerkingsverband vooral uit Duitse steden rond de Oostzee. Later traden ook andere steden toe. Uiteindelijk bestond het verbond uit steden in het huidige België, Nederland, Duitsland, Polen, Scandinavië en de Baltische staten. In het verbond kon men de gemeenschappelijke belangen beter verdedigen en de veiligheid beter waarborgen. Men handelde in producten als zout, graan, vis, hout, wijn, bier, dierenhuiden en laken. Steden in het verbond groeide veelal uit tot rijke en welvarende centra van handel. Hanzesteden lagen meestal aan zee of aan een rivier omdat het transport grotendeels over water ging in koggeschepen. De Nederlandse Hanzesteden lagen in het oosten van het huidige Nederland aan de rivieren en aan de Zuiderzee. Hanzesteden waren onder andere Zutphen, Deventer, Tiel, Kampen en Zwolle. Na de middeleeuwen in de zestiende eeuw oriënteerde de handel zich steeds meer op de verre koloniën overzee. Hierdoor viel het Hanzeverbond uiteindelijk uit elkaar.

Wordt vervolgd!

Aan deze tijdlijn wordt gewerkt. Meer tijdvakken en thema's worden geleidelijk toegevoegd.